[Couplet 1]
In de stad waar de avond valt, zit jij alleen aan de bar, heel laat,
je hand om een glas rode wijn, alsof dat het laatste is wat nog bestaat.
Je lacht naar mij, maar in je blik zie ik hoe alles in je verdooft,
alsof je hier bent zonder echt te zijn, verdwaald in wat je zelf gelooft.
[Refrein]
Verdronken lach in een glas rode wijn,
je draait in rondjes om je eigen pijn.
Ik roep je naam, maar jij hoort mij niet meer,
ik zie je langzaam doven, elke keer weer.
[Post-Chorus]
Verdronken lach in een glas rode wijn…
Verdronken lach in een glas rode wijn…
Verdronken lach in een glas rode wijn…
[Slotrefrein]
Verdronken lach in een glas rode wijn (hier breekt ons refrein),
je draait in rondjes om je eigen zijn (en ik blijf achter met pijn).
Ik roep je naam, maar jij hoort mij niet meer (ik fluister je nog een keer),
ik zie je langzaam doven, elke keer weer (maar jij komt niet terug, niet meer).