[Intro]
In donker geboren, geen licht in m'n blik.
Een kind dat schreeuwt—niemand kijkt.
Moeder: een schim. Vader: een deur op slot.
Ik stond alleen.
[Couplet 1]
Angst werd m'n anker, liefde een truc met licht.
M'n hart werd een schuilkelder—je valt, of je veinst.
Steden, stations—ik stap in, verdwijn.
Elke belofte hol, vanbinnen metaal.
[Refrein]
Roep de nacht—ik maak van pijn mijn kracht.
Van wond naar woord, van storm naar vorm—mijn Nummer van de Nacht.
Kies mij. Zeg het echt. Ik blijf.
[Couplet 2]
Geweld was m'n leraar. M'n woorden kregen tanden.
Een brok in m'n keel—maar ik maak er woord van.
Geen richting, geen doel—tot ik zingen kon.
Nu draag ik m'n littekens als landkaart naar huis.
[Bridge]
Je kunt breken—en je breuklijn bewonen.
Ik smeed uit woede een woord dat blijft.
[Couplet 3]
Nu sta ik rechtop. Een stilte die schreeuwt.
Geen schuld, geen zegen—ik sluit niets meer op.
Als ik val, val ik vooruit. Als ik brand, brand ik schoon.
Ik word niet het monster—ik word m'n eigen toon.
[Refrein]
Roep de nacht—ik maak van pijn mijn kracht.
Van wond naar woord, van storm naar vorm—mijn Nummer van de Nacht.
Kies mij. Zeg het echt. Ik blijf.
[Outro]
Wat rest is dit litteken, rauw.
Ik laat los wat me sloopt—
maar niet de stem.
Dit is mijn Nummer van de Nacht.