[Couplet 1]
We stonden stil op straat vannacht,
m’n schaduw liep nog één stap achter.
We zeiden niks, maar alles klonk,
en elke zin was half gezegd.
Het glas van gister in m’n hand,
reflecties van een tweede kans.
[Pre-Chorus]
We dachten: tijd geneest vanzelf,
maar tijd gaat door — niet om zichzelf.
[Refrein]
Wat gebroken blijft, vangt nog steeds licht,
elk stukje valt waar het gewicht
van wat we waren nog even weegt.
En toch, de toekomst ademt mee.
Niks meer te helen, niks meer te doen,
maar hoop blijft iets wat mensen doen.
[Couplet 2]
De stad is stil, de lucht weer blauw,
ik dacht aan jou, maar zonder rouw.
We waren jong, we wilden meer,
maar elke droom heeft ooit z’n keer.
Toch glimlacht iets — ik weet niet waar,
misschien het licht dat overbleef van daar.
[Pre-Chorus]
Ik dacht: het breekt, maar nee — het buigt,
het leeft in wat het overstijgt.
[Refrein]
Wat gebroken blijft, vangt nog steeds licht,
elk stukje valt waar het gewicht
van wat we waren nog even weegt.
En toch, de toekomst ademt mee.
Niks meer te helen, niks meer te doen,
maar hoop blijft iets wat mensen doen.
[Bridge]
Geen groot gelijk, geen slot, geen strijd,
het leven rolt — het schrijft zichzelf.
Je hoeft niet meer te weten waarom,
het is gewoon wat het geworden is.
[Laatste Refrein – zacht, herhalend]
Wat gebroken blijft, vangt nog steeds licht,
en ergens raakt het evenwicht.
De toekomst kijkt, zegt niets terug —
maar ik geloof, dat is genoeg.