In een hoek van de oude stad
ligt een café dat niemand kent
daar zat zij aan een tafeltje
met een glas rode wijn in haar hand
Ze dronk en ze lachte te luid
ze was mooier dan ooit tevoren
maar haar ogen waren zo leeg
als een huis waar niemand meer woont
Verdronken vlinder
in een glas rode wijn
je vleugels gebroken
je kleuren verdwenen
verdronken vlinder
je danst niet meer
je danst niet meer
Ik wilde haar roepen, haar naam
maar de woorden bleven in mijn keel
ik stond daar als een vreemde
in de schaduw van wat eens was
Ze stond op en liep naar de deur
zonder omkijken, zonder groet
en ik bleef achter met een glas
waar een vlinder in dreef
Verdronken vlinder
in een glas rode wijn
je vleugels gebroken
je kleuren verdwenen
verdronken vlinder
je bent niet meer
je bent niet meer